Wouter de Iongh
In mijn pubertijd moest ik vanuit Kudelstaart naar een Amstelveense middelbare school fietsen. De elf kilometer enkele reis duurde op mijn lelijke paarsgroene ATB Bike in principe drie kwartier, maar op de heenweg werd dat noodgedwongen een half uur omdat ik in die tijd niet zo goed kon opstaan. Mijn van hormonen verzadigde lichaam voelde iedere ochtend alsof ik de Lautaret en Alpe d’Huez achter elkaar had gereden en vervolgens was aangereden door een promotiewagen van L’Equipe. Sindsdien heb ik mijn fietsbenen nauwelijks gebruikt. Tot dit jaar. Deze kans om met mijn beste vrienden een schandalig zware beproeving te doorstaan, kan ik niet aan me voorbij laten gaan.
Martijn Hillenius
Toen mijn vader vijfendertig was fietste hij “ La grande randonnée des Alpes”. Mijn moeder reed er achteraan in een Suzuki busje. Achterin, in een reiswiegje, lag ik. Toen één jaar en drie maanden oud. Terwijl mijn vader zijn heroïsche doodsstrijd streed, lag ik de hele dag te slapen. De herinneringen van mijn vader aan deze tocht, zijn dan ook levendiger dan die van mij. Maar ik heb de verhalen mijn hele leven moeten aanhoren; ze hadden ’s nachts om één uur al moeten vertrekken en sommige stukken waren zo stijl dat mijn moeder in haar busje, zelfs teruggeschakeld naar haar eerste versnelling, de berg maar ternauwernood opkwam. Later, als schoolgaand kind, zag ik mijn vader vanuit huis wegfietsen. Hij droeg een rare zwarte helm met gaten en shirts die hij normaal nooit zou dragen. Twee uur later kwam hij afgepeigerd weer terug. Na afloop hing, binnenstebuiten, een raar zwart broekje, met een zeemleren kruis, te drogen op de badrand. Ik bleef er liever uit de buurt.
Nu, achttien jaar later, hangen soortgelijke broekjes in mijn eigen washok te drogen. Ik heb me over gegeven. Als de wielerverhalen niet langer uit de mond van je vader klinken, maar uit die van je bloedeigen vrienden wordt het tijd om de boel serieus te gaan nemen. Dan zal er toch wel iets mee zijn. Met dat fietsen.
Eind Augustus wacht “De Tour for Life”. Nu moet ik zelf die bergen over. Niet in een wiegje, maar in het zweet des aanschijns. We gaan het meemaken.
Frank Bijen
Als fietser met geen tot weinig fietservaring heb ik geen idee wat er op je af komt als je aan het echte werk begint. Het echte werk, dat is sterven op de Mont Ventoux, de sneeuw trotseren op de Passo di Gavia of lachend over de kasseien in de Ronde van Vlaanderen. Althans, dat lijkt me zo. Voor mij is het fietsen tot nu toe niet meer geweest dan op een grote zwarte Gazelle van 25 kilo de tramrails ontwijken in de Amsterdamse binnenstad. Ik heb laatst uitgerekend dat ik gedurende de 25 jaren dat ik zonder omvallen me op twee wielen weet te verplaatsen, ik wel gemiddeld een uur per dag op de fiets heb gezeten. Ik hoop dat ik dat als een lichte troost mag duiden. Het eerste obstakel heb ik in ieder geval net genomen: ik heb een fiets gekocht. Laat het echte werk nu maar beginnen.
Tom Verhagen
Toen ik de email over de Tour For Life voor het eerst las voelde ik me een klein jongetje dat denkt dat zijn fantasie waarheid wordt. Ik dacht meteen dat ik echt brandweerman kon worden, of in dit geval Micheal Boogerd of Der Jan. Ik zag mezelf al vliegen over de alpenkammen met een heen-en-weer zwaaiend gouden kettinkje om mijn nek en het shirt open, een heel peloton hijgend in mijn wiel. De waarheid zal iets anders zijn waarschijnlijk, maar dat doet er niet toe. Ik rij de prachtige tocht met mijn beste vrienden, een ervaring die ik de rest van mijn leven niet ga vergeten
Pelle de Koning
In 1990, het jaar dat Erik Breukink 3e werd in de Tour de France, maakte ik kennis met de nieuwe Mars Ice Cream. Dit vanuit de reclamecaravaan voor mijn voeten geworpen ijsje was, tot enkele maanden geleden, voor mij de krachtigste associatie met het wielrennen. Het was dan ook puur toeval dat mijn vriendin mij wees op de Tour For Life.
“Is dat niet iets voor jou en je vrienden”, was de aanzet voor deze avontuurlijke uitdaging. Een mail naar de betreffende vrienden gaf aanvankelijk ambivalente reacties en mijn eigen, naieve, maar ongebreidelde enthousiasme werd snel vanuit allerlei hoeken met de realiteit geconfronteerd. “Dit is me toch zwaar”, “Je weet niet waar je aan begint”, “ je mag wel beginnen met trainen”… de eerste reacties van mensen in mijn omgeving MET wielerervaring. Mijn balsportenconditie zou mij de alpen niet overkrijgen en daarbij zit mijn gewicht van 95kg ook nog voornamelijk in mijn lengte. Gelukkig bleek naiviteit voor mij en mijn vrienden een krachtig gegeven. Van niets af aan beginnen werd het credo.. Snel fiets kopen en je kan niet meer terug. Kleding, hartslagmeter, helm, lezen, schema’s, weekenden plannen en trainen, trainen, trainen. En nu, met zoveel van mijn vrienden, wekelijks mogen toewerken naar deze prestatie is een waar genot. Volledig ondergedompeld in de wielersport… ik vind het prachtig!
Sander Nijssen
Nederlandse jongens hebben sterke benen. Van het fietsen en voetbal; zegt mijn vader altijd. Hij heeft gelijk als je de Amerikaanse toerist op de dam op te laag zadel voorbij ziet gaan. Het gewicht zit bij hun in de armen; dunne beentjes, wijde broeken. Maar het is een valse geruststelling, een meevaller op zijn best. Met alleen stevige bovenbenen zullen we er niet komen. “Wielrennen is net als je met je vingers tussen de deur zit. En dan kijken wie dat het langste volhoudt”, hoorde ik ooit eens op de TV. Een zenuwachtig lachje maakte zich toen van mij meester. Het besef van de heroïek van de sport drong daar pas bij mij door. Waarom ik het ook wil? Terug naar de oertijd. Voor de overlever wacht een warm maal, bewondering van de stamoudste en troost bij de vrouw. Wat ben ik toch ook een cliché. Het zou eigenlijk jammer zijn als het allemaal ontzettend meevalt. Of ik hier op dag drie op dezelfde manier over denk zal de tijd leren. De voorpret is in ieder geval maximaal.
Raymond Landgraaf
“Mijn opa kon wel 30 km met losse handen fietsen zonder zijn stuur aan te raken, over bruggetjes en door de bochten”, zei ik altijd stoer tegen mijn vriendjes. Ik probeerde hem te imiteren, maar toen ik voor de zoveelste keer in een bocht op mijn kinderhoofdje was gevallen, gaf ik de moed maar op. En Opa bleef de held. Met losse handen dan maar niet, maar fietsen zit de deze Hollander toch echt in het bloed. Naar de creche al op de fiets met zijwieltjes, toen de lagere en middelbare school en na de universiteit het werk. Zelfs in Zuid Amerika en Kathmandu was de fiets het vervoersmiddel bij uitstek, al werd ik wel raar aangekeken door die Nepalezen. Fietsen is functioneel. En wielrennen, dat vond ik eigenlijk maar niks. Dat is toch niks anders dan hard fietsen? Daar hoef je toch geen sport van te maken? Totdat Tom me 5 jaar geleden overhaalde en ik was om. De derde die aanhaakte, Jur, is helaas eerder heen gegaan, maar fietst nog altijd mee in memoriam, als de extra spirit in het wiel. Sander vulde de leemte al snel op en nu staan we ineens met 9 vrienden aan de vooravond van een grandioze tocht. Zowel de voorbereiding als de tour wordt er 1 over hoge bergen en door diepe dalen, zowel fysiek als mentaal. Maar een beetje heroïek hoort bij het leven van een beetje man, toch? En verder fiets ik de tour voor al die mensen in nood en ter nagedachtenis van Opa en Jur.
Cas Westhoff







Een mooi stel, goeie teksten en een doel dat de moeite meer dan waard is.
Ik ga met mijn directie in conclaaf hoe wij iets kunnen betekenen.
Succes, Daan.
Door:Daan de Iongh op9 mei 2010
op8:59 am
En zullen we straks het nieuws horen: Raymond Landgraaf in het ravijn gestort. Zoals destijds onze volksheld op de pedalen Wim Van Est uit “ut Heike” (St Willibrord) tijdens de Tour de France van 1954.
En toen gewond doch trots zijn nog steeds tikkende Pontiac- horloge toonde. En zal na de voorzegde smak Raymond’s hart nog steeds voor Blanca kloppen?
Door:Opadre op10 mei 2010
op9:13 am
Een slimme reclamemaker bedacht nav deze gebeurtenis de volgende claim:
Wim van Est viel 70 meter diep. Zijn hart stond stil, maar zijn Pontiac liep.
Mooi toch!
Door:Henk Verhagen op25 mei 2010
op3:22 pm
Fantastisch initiatief, heb mail direct doorgestuurd naar de zaak enn…volgens mij is er weer een stukje sponsoring rond.
Tom speciaal voor jou de groeten van Tim en Sanne, super stoer,joh!!!
Door:monique op20 mei 2010
op12:32 pm
Beste heren/helden,
Met een dochter van 13 jaar die elke week fietst en die afgelopen maand voor het eerst “lelijk” gevallen is en in mei voor het eerst meegedaan heeft aan de mergellandroute (ik mee in de volgauto voor hulp en proviand en waarschijnlijk veel angstiger dan het kind), heb ik enorm veel respect voor jullie initiatief.
Daarnaast vind ik jullie stukjes nu al legendarisch. Jullie zijn minstens zo leuk als Youp van het Hek, Dolf Jansen en ik zie in sommige ook een beetje Brigitte Kaandorp.
Na jullie fietsavontuur zie ik jullie graag terug in de kleine theaters met de Tour for Life monoloog.
Ik wens jullie en mijn collega Wouter in het bijzonder heel veel succes toe. Heb veel plezier en kom heel van jullie fietsen af.
Anita
Door:A. Konings op3 augustus 2010
op12:14 pm
Hay Renners,
Staat de kilometerteller al hoger dan die van mijn auto? Probeer de Christhophelberg op Curacao eens, die wist ik in de auto niet eens te halen. Veel sussec nog met de training de komende week, marieke
Door:Marieke op3 augustus 2010
op12:24 pm